ABRvS 27 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BV0404
ASIEL / Weigeringsgronden / Geen of onvoldoende documenten / Niet is gebleken dat het voor de vreemdeling onmogelijk was om documenten met betrekking tot zijn identiteit reeds bij de aanvraag over te leggen; veeleer is sprake van een eigen keuze om het identiteitsbewijs in Nepal achter te laten en het paspoort aan een derde in bewaring te geven, waarvan de gevolgen voor rekening en risico van de vreemdeling komen De vreemdeling heeft tijdens het eerste gehoor verklaard dat hij over een identiteitsbewijs en paspoort heeft beschikt. Dit identiteitsbewijs heeft de vreemdeling in zijn land van herkomst, Nepal, achtergelaten, omdat, zoals hij tijdens dat gehoor heeft verklaard, een paspoort voldoende is ter identificatie. Het paspoort heeft de vreemdeling echter evenmin bij zijn aanvraag overgelegd, omdat hij, zoals hij tijdens dat gehoor heeft gesteld, het in bewaring heeft gegeven bij een vriend. Uit deze verklaringen van de vreemdeling blijkt niet dat het voor hem onmogelijk was om documenten met betrekking tot zijn identiteit reeds bij de aanvraag over te leggen; veeleer is sprake van een eigen keuze om het identiteitsbewijs in Nepal achter te laten en het paspoort aan een derde in bewaring te geven, waarvan de gevolgen voor rekening en risico van de vreemdeling komen. Evenmin is gebleken dat het onmogelijk was om deze documenten uiterlijk in de fase van de bestuurlijke besluitvorming naar voren te brengen. Onder deze omstandigheden heeft de rechtbank ten onrechte aanleiding gezien het standpunt van de minister, dat aan de vreemdeling het ontbreken van documenten krachtens artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000 kan worden toegerekend, niet deugdelijk gemotiveerd te achten.
De uitspraak op rechtspraak.nl