ABRvS 21 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU9583
De vreemdeling heeft voorts betoogd dat gelet op het arrest van de Hoge Raad van 13 oktober 2009 in zaak nr. 07/10516 (LJN BI1325) het gebruik maken van een vals of vervalst document niet aan de bewaring ten grondslag mag worden gelegd. Volgens voormeld arrest van de Hoge Raad, onder meer herhaald in het arrest van 8 maart 2011 in zaak nr. 09/02786 (LJN BO2915), is strafrechtelijke vervolging van vluchtelingen wegens het bezit en/of gebruik van valse of vervalste documenten, onder nadere voorwaarden, in strijd met artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag. (…) Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat het gebruik maken van een vals of vervalst document niet aan de maatregel ten grondslag kan worden gelegd, indien het valse of vervalste document uitsluitend is gebruikt om Nederland binnen te komen, de vreemdeling kort na binnenkomst te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en daarbij niet heeft ontkend dat het document vals of vervalst is. Onder deze omstandigheden bestaat immers geen grond voor het oordeel dat uit dit gebruik van valse of vervalste documenten kan worden afgeleid dat het gevaar bestaat dat de vreemdeling zich aan zijn uitzetting zal onttrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl