ABRvS 1 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7530

Bij uitspraak van 24 november 2010 (…) heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, (…) bepaald dat de minister binnen vier weken na verzending van de uitspraak aan de vreemdelingen een mvv met als doel 'uitoefenen van het gezinsleven conform artikel?8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) bij oudste zoon respectievelijk broer (…) verstrekt en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. (…) De rechtbank heeft overwogen dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de weigering om aan de vreemdelingen verblijf in Nederland toe te staan niet in strijd is met het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Deze overweging is in hoger beroep niet bestreden, zodat van de juistheid daarvan dient te worden uitgegaan. Door het besluit (…) te vernietigen wegens schending van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, heeft de rechtbank aangegeven dat zij het mogelijk acht dat een betere motivering de afwijzing van de aanvragen van de vreemdelingen wel zou kunnen dragen. Gelet hierop, heeft de rechtbank ten onrechte aanleiding gezien om met toepassing van artikel?8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen