ABRvS 23 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU6098

Artikel 3.109 van het Vb 2000 heeft betrekking op de rust- en voorbereidingstermijn en de handelingen die gedurende deze termijn dienen plaats te vinden. Hoewel in het vijfde lid geen specifiek voorbehoud is gemaakt terzake van de toepasselijkheid van deze bepaling, biedt de geschiedenis van de totstandkoming van de wijziging van de asielprocedure voldoende grond om aan te nemen dat het medisch onderzoek deel uitmaakt van de rust- en voorbereidingstermijn, welke termijn – behoudens het bepaalde in de onderdelen a, b en d van het zesde lid – wordt gegund aan vreemdelingen die voor de eerste maal te kennen hebben gegeven een asielaanvraag te willen indienen. Voor het oordeel dat terzake van de toepasselijkheid van onderdeel c van het zesde lid van artikel 3.109 een onderscheid moet worden gemaakt tussen opvolgende aanvragen die met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kunnen worden afgedaan en opvolgende aanvragen ten aanzien waarvan zulks niet geldt, biedt de tekst van eerstgenoemde bepaling noch de geschiedenis van de totstandkoming daarvan een aanknopingspunt. Uit het vorenstaande volgt dat voor de minister, anders dan het geval was in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 10 februari 2011 in zaak nr. 201011657/1/V2 (www.raadvanstate.nl), waar sprake was van een eerste asielaanvraag, geen verplichting bestond om op voet van artikel 3.109, vijfde lid, van het Vb 2000 aan de vreemdeling een medisch onderzoek aan te bieden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen