ABRvS 26 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU2866

Asiel / Eritrea / na legale uitreis gedwongen terugkeer naar land van herkomst / risico op schending artikel 3 EVRM / nader feitelijk onderzoek nodig / beroep gegrond De beoordeling of sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden, als hiervoor onder 2.1.3. bedoeld, vergt een zelfstandige beoordeling door de rechter op basis van hetgeen ten processe kenbaar is geworden. Aan voormelde informatie uit het ambtsbericht alsmede aan de omstandigheid dat de minister in een groot aantal zaken verblijfsvergunningen wegens dreigende schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden heeft verleend, komt bij deze beoordeling groot gewicht toe. De Afdeling is evenwel van oordeel dat, gelet op het verhandelde ter zitting, niet op voorhand elke betekenis kan worden ontzegd aan het standpunt van de minister dat de in het ambtsbericht beschreven problematiek specifiek ziet op vreemdelingen die niet op legale wijze Eritrea zijn uitgereisd. Dit standpunt van de minister vindt echter geen steun in het ambtsbericht. Onder deze omstandigheden is de Afdeling van oordeel dat zonder nader feitelijk onderzoek van de minister naar de situatie van Eritrese vreemdelingen die na een legale uitreis gedwongen naar hun land van herkomst terugkeren, niet op deugdelijke wijze kan worden beoordeeld of sprake is van evenbedoelde bijzondere feiten of omstandigheden. Gelet hierop ziet de Afdeling reden om het beroep van de vreemdeling gegrond te verklaren en het besluit van 4 februari 2011 te vernietigen. De minister dient een nieuw besluit op de aanvraag te nemen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen