ABRvS 24 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU2862
Vreemdelingenbewaring / staandehouding / MTV-controle / proces-verbaal voldoet wel Naar het oordeel van de Afdeling blijkt uit de feiten en omstandigheden, weergegeven in het proces-verbaal van staandehouding, overbrenging en ophouding van 10 juli 2011, bezien in samenhang met hetgeen in het proces-verbaal van bevindingen van 15 juli 2011 is vermeld, genoegzaam dat de staandehouding heeft plaatsgevonden na een krachtens artikel 50, eerste lid, van de Vw 2000 gehouden controle in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (hierna: MTV-controle) en is in het proces-verbaal van bevindingen voorts in voldoende mate inzicht gegeven in de vraag of is voldaan aan de normering, zoals die in artikel 4.17a, eerste lid, aanhef en onder c, respectievelijk het vijfde lid, van het Vb 2000 is vastgelegd. Met betrekking tot de vraag of is voldaan aan het tweede lid van artikel 4.17a van het Vb 2000 wordt overwogen dat in het proces-verbaal van staandehouding is vermeld dat op de locatie, waar de vreemdeling is staande gehouden, regelmatig controles worden uitgevoerd omdat uit ervaring is gebleken dat langs deze weg en op deze plaats illegale immigratie en illegaal verblijf plaatsvindt. Gezien het op ambtsbelofte en ambtseed opgemaakte proces-verbaal mocht van de juistheid van deze gegevens worden uitgegaan. De Afdeling is van oordeel dat, indien de stellingen van de vreemdeling ter zitting bij de rechtbank aanleiding gaven voor een nader onderzoek naar (meer concrete) ervaringsgegevens op grond waarvan het toezicht op de betreffende locatie is uitgeoefend, de rechtbank het onderzoek had moeten schorsen en de minister in de gelegenheid had moeten stellen om nadere informatie te verstrekken. De gegevens hadden dan, naar de minister ter zitting bij de Afdeling desgevraagd heeft verklaard, zonodig met een verzoek om toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht, kunnen worden overgelegd. Naar het oordeel van de Afdeling geven de stellingen van de vreemdeling evenwel geen grond voor het oordeel dat de rechtbank de minister in dit geval in de gelegenheid had moeten stellen nadere gegevens over te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl