ABRvS 13 oktober 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU1275
Uit hetgeen hiervoor onder 2.2.2. en 2.2.3. is overwogen, volgt dat de vreemdelingen slechts over het moment waarop vreemdeling 1 door zijn familie is verzocht om van vreemdeling 2 te scheiden onderling tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. Deze tegenstrijdigheid heeft geen betrekking op een essentieel onderdeel van de asielrelazen. Het betreft een tegenstrijdigheid op een ondergeschikt punt en tast de andere delen van de asielrelazen niet aan. Voorts is van belang dat de minister geen nader onderzoek heeft verricht naar de authenticiteit van de overgelegde verklaring, die wat de inhoud ervan betreft de relazen lijkt te staven. Onder deze omstandigheden heeft de minister zich zonder nader onderzoek en zonder nadere motivering niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat alleen met voormelde tegenstrijdigheid in die mate afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid van het deel van de asielrelazen van de vreemdelingen dat ziet op de familieproblemen als gevolg van hun gemengde huwelijk dat de relazen als geheel ongeloofwaardig moeten worden geacht. De beroepen van de vreemdelingen zijn gegrond. De besluiten van 14 september 2009 worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl