ABRvS 30 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT7117
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 21?december?2007 in zaak nr. 2007007858/1, www.raadvanstate.nl) verdraagt het zich niet met het stelsel van de Vreemdelingenwet?2000 dat de rechter die over de maatregel van bewaring oordeelt, zich daarbij tevens uitspreekt over de rechtmatigheid van een besluit waarbij het verblijfsrecht van een vreemdeling is beëindigd met verkorting van de vertrektermijn en hij ongewenst is verklaard. Eerst indien dat besluit in de daartoe voorziene procedure onrechtmatig is geoordeeld, kan de rechter die over de maatregel van bewaring heeft te oordelen, zich gesteld zien voor de vraag naar de gevolgen daarvan voor de rechtmatigheid van die maatregel. Van een dergelijke situatie is in dit geval geen sprake. Gelet op het bovenstaande heeft de minister aan de maatregel van bewaring ten grondslag mogen leggen dat de vreemdeling ongewenst is verklaard. Deze grond is reeds voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl