ABRvS 17 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5421

Uit het MOG-rapport blijkt dat de vreemdeling verspreid over haar lichaam zeer uitgebreide littekens heeft. Volgens dit rapport komen de littekens duidelijk voort uit een moedwillige verbranding van een grote hoeveelheid hete vloeistof en zijn de littekens typisch voor de vertelde foltering. Ondersteunend zijn de als consistent met het door de vreemdeling vertelde gevonden littekens van foltering met hete ijzers, aldus het MOG-rapport. Het MOG-rapport - waarvan de minister de juistheid niet heeft bestreden - biedt aldus een sterke indicatie dat de littekens zijn veroorzaakt door folteringen die overeenkomen met de folteringen die de vreemdeling stelt te hebben ondergaan. Nu de verklaringen van de vreemdeling over de door haar ondergane folteringen worden ondersteund door medisch bewijs, heeft de minister zich, in het licht van de onder 2.5.3. weergegeven jurisprudentie van het EHRM, in dit geval ten onrechte zonder nadere motivering op het standpunt gesteld dat de verklaringen van de vreemdeling over genoemde folteringen ongeloofwaardig zijn. Aangezien dat standpunt mede dragend is geweest voor het standpunt van de minister dat ook de overige verklaringen van de vreemdeling geen positieve overtuigingskracht hebben en derhalve ongeloofwaardig zijn, kan dat standpunt evenmin deugdelijk gemotiveerd worden geacht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen