ABRvS 15 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR3774

Artikel 83 van de Vw 2000 ziet niet op stukken die met het oog op de procedure in rechte zijn opgesteld / voor afdoening in de algemene asielprocedure geldt geen inhoudelijk criterium Zoals volgt uit de uitspraken van de Afdeling van 9 mei 2003 in zaak nr. 200301735/1 (ter voorlichting van partijen aangehecht) en 18 december 2003 in zaak nr. 200305222/1 (JV 2004/54) moeten onder feiten of omstandigheden in de zin van artikel 83, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 worden begrepen, buiten het kader van de procedure in rechte opgestelde stukken die een vreemdeling overlegt ten bewijze van vóór het nemen van het besluit reeds door hem gestelde feiten en omstandigheden. Artikel 83 van de Vw 2000 heeft derhalve geen betrekking op stukken die een vreemdeling met het oog op de procedure in rechte laat opstellen. Dergelijke stukken vormen een nadere onderbouwing binnen het kader van de procedure in rechte van reeds ten tijde van de besluitvorming gestelde feiten en omstandigheden. Omdat de in het bestuursrecht gebruikelijke toetsing van een besluit naar de feiten en omstandigheden ten tijde van dat besluit een nadere onderbouwing aan de hand van daartoe opgestelde stukken niet uitsluit, kunnen dergelijke, op verzoek van de vreemdeling opgestelde stukken, bij die toetsing worden betrokken, behoudens uitzonderingen die uit wettelijke voorschriften - zoals artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 en artikel 3.111, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb 2000) - of de goede procesorde voortvloeien. De rapportage is op verzoek van de vreemdeling met het oog op de procedure in rechte opgesteld. Derhalve is geen sprake van een feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 83, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.[…] Bij besluit van 23 juni 2010 (Stb. 2010, 244) is het Vb 2000 gewijzigd. Wat betreft de aanmeldcentrumprocedure is artikel 3.110 van het Vb 2000 gewijzigd. Artikel 3.110, eerste lid, van het Vb 2000 luidt sinds 1 juli 2010 als volgt: Voor het onderzoek naar de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000, zijn in een aanmeldcentrum acht dagen beschikbaar. Uit de geschiedenis van totstandkoming van de wijziging van het Vb 2000 (nota van toelichting, blz. 10, 12, 19 en 20; Stb. 2010, 244), voor zover hier van belang, blijkt dat bij deze wijzigingen de gedachte is blijven voorstaan dat afdoening in de aanmeldcentrumprocedure, zoals dat ook het geval was vóór 1 juli 2010, blijft aangewezen in die gevallen waarin zonder tijdrovend onderzoek op zorgvuldige wijze kan worden vastgesteld dat de aanvraag kan worden afgewezen of ingewilligd. Reeds hierom is in de wijziging van het Vb 2000 per 1 juli 2010 geen grond gelegen om terug te komen van de in voormelde uitspraak weergegeven toetsingmaatstaf voor beantwoording van de vraag of de aanvraag terecht in een aanmeldcentrum is afgewezen, met dien verstande dat het er thans om gaat of het desbetreffende besluit binnen acht dagen op zorgvuldige wijze is genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen