ABRvS 23 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6483
Vreemdelingenbewaring / duur van verblijf in DC Rotterdam / gezin met minderjarige kinderen Op het moment dat de vreemdelingen na afwijzing van hun aanvragen om een verblijfsvergunning asiel werden geplaatst in DC Rotterdam, alwaar de vrijheidsontnemende maatregel gedurende de behandeling van een door hen ingediend verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening werd voortgezet, duurde de vrijheidsontnemende maatregel bijna twee weken. Het verblijf in DC Rotterdam heeft vervolgens ruim drie weken geduurd. De totale duur van de vrijheidsontnemende maatregel bedroeg op een dag na vijf weken. Gelet op het vorenstaande bestaat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, geen grond voor het oordeel dat sprake is geweest van een te lange en in duur zodanig onvoorziene periode van vrijheidsontneming, dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel in DC Rotterdam in strijd moet worden geacht met artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f, van het EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl