ABRvS 27 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ3232
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 15 december 2008 in zaak nr. 200808254/1; www.raadvanstate.nl), is een categoriewijziging van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 naar onderdeel b van dat artikellid geen oplegging van een nieuwe maatregel tot bewaring, maar betreft deze een voortduren van een reeds opgelegde bewaring. Daaruit volgt evenwel niet, dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring geen betekenis meer toekomt aan de voortzetting daarvan op een andere grondslag dan de voorafgaand daaraan toegepaste grondslag, indien laatstgenoemde toepassing gebrekkig is geweest. De rechtbank heeft de bij het besluit van 29 december 2010 op de a-grond opgelegde maatregel onrechtmatig bevonden omdat daarbij is overgegaan tot inbewaringstelling zonder ten aanzien van de vreemdeling een terugkeerbesluit als bedoeld in artikel 6 van de Terugkeerrichtlijn te nemen. Met de indiening van een asielaanvraag door de vreemdeling op 8 januari 2011 viel hij, gelet op artikel 2, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn, gelezen in samenhang met artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw 2000, niet langer onder de werkingssfeer van de Terugkeerrichtlijn en is daarmee de noodzaak ten aanzien van hem een terugkeerbesluit te nemen vervallen. Door de vreemdeling in bewaring te houden op de voet van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 is aan deze maatregel een deugdelijke grond ten grondslag gelegd. De rechtbank heeft in het gebrek dat kleefde aan de voorgaande inbewaringstelling op de a-grond terecht geen aanleiding gezien de op zichzelf juiste toepassing van de b-grond eveneens onrechtmatig te achten. Voorts is niet gebleken dat het op voormelde gewijzigde grondslag voortzetten van de bewaring in strijd is met de Vw 2000, dan wel bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd was. Gelet op het voorgaande, kan aan het bepaalde in artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000 in dit kader niet de door de vreemdeling gewenste betekenis worden toegekend. Het beroep dat de vreemdeling in dit kader heeft gedaan op artikel 15, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn faalt eveneens, reeds omdat hij met ingang van 8 januari 2011, zoals hiervoor reeds overwogen, niet langer onder de werkingssfeer van die richtlijn viel.
De uitspraak op rechtspraak.nl