ABRvS 14 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ2602

Zoals de minister terecht betoogt, heeft de staatssecretaris bij besluit van 10 augustus 2009 uitsluitend het besluit van 20 juli 2009 ingetrokken, doch niet het besluit van 7 januari 2009, waarbij de geldigheidsduur van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning is verlengd. Nu het laatstgenoemde besluit in stand is gebleven, is van intrekking van voormelde verblijfsvergunning geen sprake, zodat uitoefening van de in artikel 19, gelezen in samenhang met artikel 18, eerste lid, van de Vw 2000 opgenomen bevoegdheid om een verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te trekken hier niet aan de orde is. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat de staatssecretaris niet bevoegd was het besluit van 20 juli 2009 in te trekken, omdat geen van de in voormelde artikelen genoemde intrekkingsgronden zich voordeed. De rechtbank heeft bovendien niet onderkend dat, nu de staatssecretaris bevoegd was het besluit van 20 juli 2009 te nemen, hij – binnen de door het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel bepaalde grenzen – ook bevoegd was dit besluit te wijzigen of in te trekken indien dit naar zijn opvatting onjuist was. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 10 augustus 2006 in zaak nr. 200602112/1, JV 2006/372), is in artikel 4, tweede lid, van de Wav en het daarop gebaseerde Besluit uitputtend geregeld aan welke vreemdelingen een aantekening waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid wordt afgegeven. Voor afgifte van zodanige aantekening aan een vreemdeling die niet tot een van de aangewezen categorieën behoort, biedt de Wav geen ruimte. Nu de vreemdeling geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a en b, van de Wav en artikel 2 van het Besluit, is het, zoals de minister terecht betoogt, wettelijk niet mogelijk bij de verleende verblijfsvergunning de arbeidsmarktaantekening 'arbeid vrij toegestaan, tewerkstellingsvergunning niet vereist' af te geven. De rechtbank heeft niet onderkend dat het rechtszekerheidsbeginsel noch het vertrouwensbeginsel zo ver strekt dat het de staatssecretaris in het onderhavige geval niet was toegestaan om het in strijd met voormelde bepalingen genomen besluit van 20 juli 2009 in te trekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen