ABRvS 4 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ0750
Ter zitting bij de rechtbank heeft de minister te kennen gegeven dat hij het niet beheersen van het Mandarijn niet langer aan de vreemdeling tegenwerpt. Reeds gelet op het voorgaande heeft de minister zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het asielrelaas van de vreemdeling positieve overtuigingskracht mist. In dit verband wordt opgemerkt dat, indien als gevolg van het toerekenbaar ontbreken van documenten van het relaas positieve overtuigingskracht moet uitgaan, reeds een enkele ongerijmde wending of tegenstrijdigheid op het niveau van de relevante bijzonderheden tot de slotsom kan leiden dat daarvan geen sprake is. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte grond gevonden voor het oordeel dat het besluit in zoverre ontoereikend is gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl