ABRvS 22 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP9275
In het besluit van 8 mei 2006 heeft de rechtsvoorganger van de minister zich op het standpunt gesteld dat de weigering om de vreemdeling vrij te stellen van het vereiste te beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: het mvv-vereiste), geen schending betekent van het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Daarbij is onderkend dat de vreemdeling homoseksueel is en verblijf bij een mannelijke partner beoogt. Gesteld, noch gebleken is dat het gegeven dat de vreemdeling na het eerdere besluit inmiddels met zijn partner in het huwelijk is getreden relevant is in het kader van de beoordeling of artikel 8 van het EVRM, al dan niet in verband met de aanwezigheid van eventuele objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Marokko uit te oefenen, aan het tegenwerpen van het mvv-vereiste in de weg zou moeten staan. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is dit gegeven in de huidige procedure dan ook geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid in de zin van voormeld beoordelingskader.
De uitspraak op rechtspraak.nl