ABRvS 18 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP5937

Bij het besluit van 17 mei 2010 heeft het COa op de voet van het Reglement een maatregel aan de vreemdeling opgelegd, inhoudende dat alle verstrekkingen met ingang van 22 september 2009 voor een periode van twee weken, tot 5 oktober 2009, zijn onthouden. Zoals volgt uit hetgeen de Afdeling in voormelde uitspraak van 20 juli 2009 heeft overwogen, vloeit uit de opgelegde maatregel de rechtsplicht voort om de opvanglocatie te verlaten en het terrein gedurende die twee weken niet te betreden. Voorts blijkt uit een brief van 25 juni 2010 van het COa aan de rechtbank dat de vreemdeling direct volgend op de aan hem opgelegde maatregel met ingang van 6 oktober 2009 is overgeplaatst naar en verstrekkingen ontvangt in de opvanglocatie 's Gravendeel. In de toelichting bij het Reglement onder 7.3 is vermeld dat de overplaatsing naar een andere opvanglocatie kan plaatsvinden naast en los staat van de strafmaatregel die is opgelegd. Aanleiding tot overplaatsing met gebruikmaking van de bevoegdheid van artikel 11, eerste lid, van de Rva 2005, kan er zeker zijn nadat een strafmaatregel is opgelegd en waarin dit van belang wordt geacht voor de beheersbaarheid en leefbaarheid binnen een opvanglocatie, aldus de toelichting. Nu in dit geval het besluit tot overplaatsing zijn grondslag vindt in en hetzelfde doel dient als de aan de vreemdeling opgelegde maatregel, vloeit uit het besluit tot overplaatsing evenzeer de rechtsplicht voort om het terrein van de opvanglocatie Leersum voor onbepaalde tijd niet te betreden. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 27 juni 2005 in zaak nr. 200501444/1; aangehecht ter voorlichting van partijen) kan tegen een besluit tot overplaatsing op de voet van artikel 3a, eerste lid, van de Wet COa, gelezen in samenhang met artikel 71, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, in rechte worden opgekomen, zodat de vreemdelingenrechter kan beoordelen of het verbod voor onbepaalde tijd om de opvanglocatie Leersum te betreden de door die rechter te verrichten toetsing kan doorstaan. De rechtbank heeft onder deze omstandigheden ten onrechte grond gevonden voor het oordeel dat de brief van 22 september 2009 inzake het locatieverbod is aan te merken als besluit waartegen, gelet op artikel 8:1 van de Awb, rechtsmiddelen kunnen worden ingesteld. Voorts heeft zij ten onrechte het beroepschrift, voor zover dat is gericht tegen de brief van 22 september 2009, aan het COa doorgezonden om als bezwaarschrift te worden behandeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen