ABRvS 20 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2538
AA-procedure / amv / AC Schiphol / geen rust- en voorbereidingstijd / zorgvuldige behandeling asielaanvraag mogelijk Uit de wet- en regelgeving, zoals hiervoor onder 2.2.1. weergegeven, volgt dat de mogelijkheid bestaat om asielaanvragen van amv's aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in behandeling te nemen in het AC Schiphol, alwaar de in artikel 3.109, eerste lid, van het Vb 2000 voorgeschreven rust- en voorbereidingstermijn niet geldt. Door te overwegen dat het, gelet op de brief van de minister van 18 juni 2010, ervoor moet worden gehouden dat, in afwijking van die wettelijke bepaling, gelezen in samenhang met artikel 3.49, eerste lid, van het VV 2000, voor amv's ook in het AC Schiphol een rust- en voorbereidingstermijn van minimaal zes dagen met een richttijd van drie weken dient te gelden, heeft de rechtbank niet onderkend dat die brief geen afbreuk kan doen aan hetgeen in de ter zake van toepassing zijnde geldende algemeen verbindende voorschriften is bepaald. Uit die brief volgt evenmin dat ten aanzien van amv's reeds op voorhand kan worden geoordeeld dat hun asielaanvragen in het AC Schiphol niet met de vereiste zorgvuldigheid kunnen worden behandeld. Dat aldaar geen rust- en voorbereidingstermijn geldt, neemt niet weg dat in voorkomende gevallen ook ten aanzien van amv's in het AC Schiphol een zorgvuldige behandeling van de asielaanvraag mogelijk kan zijn. De grieven 2 en 3 slagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl