ABRvS 19 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO5316
Asiel / verzoek als bedoeld in artikel 3.115, lid 1 sub b Vb2000 Bij onderscheiden brieven van 26 augustus 2010 hebben de vreemdelingen correcties en aanvullingen op de hun ter kennis gebrachte rapporten van nader gehoor ingediend. Daarbij hebben zij te kennen gegeven dat het rapport van nader gehoor van de vreemdeling sub 2 in het geheel niet en dat van de vreemdeling sub 3 slechts ten dele met hun gemachtigde is besproken. Nu met de bespreking van de drie rapporten van nader gehoor was aangevangen onmiddellijk nadat de tolk op voormelde datum om 15.15 uur was gearriveerd, maar niet alle rapporten volledig konden worden besproken, omdat zij om 18.00 uur per bus moesten vertrekken, hebben de vreemdelingen in die brieven medegedeeld dat zij zich het recht voorbehouden om op een later moment nog eventueel aanvullende correcties en aanvullingen op de rapporten in te dienen en de minister verzocht hen in ieder geval vanwege het tijdsaspect toe te laten tot de verlengde asielprocedure. Gelet op hetgeen de vreemdelingen in voormelde brieven van 26 augustus 2010 naar voren hebben gebracht, is voldoende duidelijk dat de vreemdelingen daarmee hebben beoogd meer tijd te krijgen voor het indienen van nadere gegevens en dat voor zover geen aanleiding bestond daartoe de verlengde asielprocedure te volgen het verzoek, dat met redenen is omkleed, moest worden begrepen als een verzoek, bedoeld in artikel 3.115, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vb 2000. De voorzieningenrechter heeft derhalve terecht overwogen dat het verzoek van de vreemdelingen in hun brieven van 26 augustus 2010 is aan te merken als een verzoek, als bedoeld in voormeld artikel, en de minister op dat verzoek had moeten reageren.
De uitspraak op rechtspraak.nl