ABRvS 19 juli 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN2232
Vereiste geldig document voor grensoverschrijding / vrijstelling / bewijslastverdeling / motivering Uit voornoemd beleid volgt dat het aan de vreemdelingen is om aan te tonen dat zij door China niet of niet meer in het bezit kunnen worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding. In de onderscheiden besluiten van 11 februari 2009 heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat niet is aangetoond dat het onmogelijk is om aan documenten uit China te komen alsmede dat de Chinese autoriteiten geen verklaring afgeven waaruit blijkt dat de vreemdelingen niet in het bezit kunnen worden gesteld van officiële documenten. In dit kader is van belang dat geen enkel stuk van de Chinese autoriteiten is overgelegd omtrent het verkrijgen van documenten. Hoewel de vreemdeling sub 1 heeft aangegeven dat zij enkele keren bij de Chinese ambassade is geweest, is niet aangetoond dat zij daadwerkelijk bij de Chinese autoriteiten heeft verzocht om in het bezit te worden gesteld van documenten. Ter zitting bij de rechtbank heeft de staatssecretaris verklaard dat de door de vreemdeling sub 1 aan de Chinese autoriteiten geschreven brieven niet zijn vertaald en dat daarom niet kan worden beoordeeld welke waarde aan deze brieven moet worden gehecht. Deze verklaring vormt een nadere onderbouwing van het in de besluiten ingenomen standpunt dat de vreemdeling sub 1 niet heeft aangetoond dat zij daadwerkelijk bij de Chinese autoriteiten heeft verzocht om in het bezit te worden gesteld van documenten. Onder deze omstandigheden heeft de staatssecretaris zijn standpunt dat de vreemdelingen niet hebben aangetoond door China niet of niet meer in het bezit te kunnen worden gesteld van een geldig document voor grensoverschrijding, voldoende gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl