ABRvS 30 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN1170
Overschrijding redelijke termijn / reguliere zaak / toekenning schadevergoeding Aangezien sinds de ontvangst van de brief van 25 augustus 2003 ten tijde van deze uitspraak zes jaar en ruim negen maanden zijn verstreken en, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 24 december 2008 in zaak nr. 200802629/1; www.raadvanstate.nl), in zaken zoals deze in beginsel een totale lengte van de procedure van ten hoogste vijf jaar redelijk is te achten, is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn die, gelet op de ingewikkeldheid van de zaak, het processuele gedrag van de vreemdeling gedurende de gehele procesgang en de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, niet gerechtvaardigd is. Nu de overschrijding van een jaar en ruim negen maanden volledig aan het bestuursorgaan is te wijten, ziet de Afdeling aanleiding de minister van Justitie, met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met artikel 88, eerste lid, van de Vw 2000, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.000,00 aan de vreemdeling, als vergoeding voor de door haar geleden immateriële schade.
De uitspraak op rechtspraak.nl