ABRvS 1 juli 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN1161

Toetsingskader asielrelaas / toetsing vermoedens / rechtbank heeft ten onrechte eigen oordeel gegeven over plausibiliteit vermoedens Uit het voorgaande volgt dat, nu de staatssecretaris zich – ten onrechte – heeft beperkt tot een beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, het besluit van 28 januari 2009 geen standpunt bevat ten aanzien van de vraag of het vermoeden van de vreemdeling over wat hem, gelet op de geloofwaardig geachte feiten en omstandigheden, bij terugkeer naar het land van herkomst te wachten staat plausibel wordt geacht en zo ja, of in dat geval sprake is van feiten en omstandigheden die kwalificeren als rechtsgrond voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning. De rechtbank heeft derhalve door te overwegen dat het reëel moet worden geacht dat de vreemdeling vanwege zijn werkzaamheden en de eerdere bedreiging bij terugkeer naar het land van herkomst een risico loopt doelwit te worden van aanslagen, ontvoering of moord en de staatssecretaris ten onrechte heeft nagelaten te beoordelen of dit voldoende zwaarwegend is voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning, ten onrechte een eigen oordeel over de plausibiliteit van voormeld vermoeden gegeven en aldus in strijd met artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) gehandeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen