ABRvS 22 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM9330

Taalanalyse / contra-expertise / vreemdeling dient aan te geven wanneer contra-expertise valt te verwachten / geen uitstel besluitvorming Gegeven de ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000, artikel 3.114 van het Vb 2000 en artikel 3.45 van het VV 2000 op de vreemdeling rustende bewijslast, lag het, ondanks het niet verlenen van uitstel door de staatssecretaris, op zijn weg om de staatssecretaris op de hoogte te stellen wanneer het rapport van de contra-expertise gereed zou zijn. De vreemdeling heeft de staatssecretaris tijdens de besluitvormingsfase niet kunnen aangeven binnen welke termijn het rapport van de contra-expertise daadwerkelijk beschikbaar zou zijn. Gelet hierop heeft de staatssecretaris niet ten onrechte zijn besluitvorming niet uitgesteld. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris ten onrechte is overgegaan tot het nemen van het besluit van 5 december 2008. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat dit besluit in strijd met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. De grief slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen