ABRvS 14 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM8425
Procesbelang / belang bij oordeel over tijdelijk verblijfsrecht / artikel 3.92 en 3.93 Vb 2000 Niet in geschil is dat aan de vreemdeling met ingang van 7 april 2009 tot 7 april 2010 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend met als verblijfsdoel "verblijf bij partner", zijnde een niet-tijdelijk verblijfsrecht ingevolge artikel 3.5, derde lid, van het Vb 2000 gelezen in samenhang met het tweede lid. De periode van 1 september 2006 tot 7 april 2009, ten aanzien waarvan de vreemdeling stelt in aanmerking te komen voor de verlenging van de geldigheidsduur van een aan hem verleend tijdelijk verblijfsrecht, gaat bovendien direct vooraf aan het verblijf op basis van zijn niet-tijdelijke verblijfsrecht. Onder deze omstandigheden kan, gelet op het bepaalde in de artikelen 3.92, tweede lid, en 3.93, tweede lid, van het Vb 2000, niet reeds op voorhand worden uitgesloten dat de rechtmatigheid van het verblijf in voormelde periode relevant is voor de beoordeling of de vreemdeling gedurende vijf jaren ononderbroken en direct voorafgaande aan de aanvraag rechtmatig verblijf heeft gehad en derhalve of hij in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De vreemdeling heeft dan ook, anders dan de rechtbank heeft overwogen, procesbelang bij het door hem ingestelde beroep tegen het besluit van 3 december 2008.
De uitspraak op rechtspraak.nl