ABRvS 17 mei 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM5489

Dublinverordening / geen fictief akkoord / geen aanvang overdrachtstermijn Niet in geschil is dat de vreemdeling op 22 oktober 2007 een asielverzoek heeft ingediend. Op 25 oktober 2007 heeft de staatssecretaris de Griekse autoriteiten met spoed, als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Verordening, verzocht het asielverzoek van de vreemdeling over te nemen. Op 25 november 2007, derhalve binnen de ingevolge artikel 18, zesde lid, van de Verordening gestelde maximale termijn van één maand, hebben de Griekse autoriteiten medegedeeld dat zij niet instemmen met het verzoek. Gezien het vorenstaande is – anders dan de vreemdeling betoogt – op 25 november 2007 geen fictief akkoord, als bedoeld in artikel 18, zevende lid, van de Verordening, ontstaan en is de overdrachtstermijn als bedoeld in artikel 19, vierde lid, niet op dat moment aangevangen. In hetgeen de vreemdeling aanvoert bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen