ABRvS 16 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM2266

De Taalstudio / Deskundigenrapport / Reparatie taalanalyse BLT in bestuurlijke fase Anders dan de staatssecretaris betoogt moet een met toepassing van de hiervoor weergegeven werkwijze van De Taalstudio door een extern ingeschakelde linguïst uitgebrachte taalanalyse als een deskundigenrapport worden aangemerkt. Wat betreft de landenkennis van de vreemdeling voorziet de taalanalyse niet in een onderbouwing van de conclusie dat de vreemdeling niet in staat is concrete en gedetailleerde informatie over haar beweerde herkomstomgeving te verschaffen. Ook in zoverre is de taalanalyse dus niet inzichtelijk, zoals de rechtbank evenzeer terecht heeft overwogen. Overigens heeft het BLT ter zitting bij de Afdeling te kennen gegeven dat een conclusie in een taalanalyse over de landenkennis van een vreemdeling ten hoogste slechts ondergeschikte betekenis heeft. Het voorgaande laat onverlet dat de staatssecretaris het BLT nog in de bestuurlijke fase om een reactie op de contra-expertise heeft gevraagd. De rechtbank heeft niet onderkend dat het BLT in de daarop volgende reactie niet slechts heeft volstaan met een verwijzing naar de taalanalyse, maar de taalanalyse van een motivering heeft voorzien. Zo heeft het BLT aan de hand van een aantal voorbeelden beargumenteerd en geconcludeerd dat de vreemdeling geen Kirundi, maar Kinyarwanda spreekt. Verder heeft het BLT aan de hand van een aantal voorbeelden uit de contra-expertise gemotiveerd waarom het Swahili van de vreemdeling niet specifiek tot Burundi is te herleiden. Het BLT heeft hiermee de uitkomst van de taalanalyse alsnog inzichtelijk gemaakt en de bevindingen in de contra-expertise deugdelijk gemotiveerd weersproken. Dat in de contra-expertise meer voorbeelden zijn opgenomen dan in de taalanalyse brengt in dit geval dus niet mee dat de staatssecretaris daarom ten onrechte op de uitkomst van de taalanalyse is afgegaan. Daar komt bij dat de vreemdeling tegen voormelde brief van het BLT van 18 augustus 2008 geen reactie van de opsteller van de contra expertise of een andere deskundige heeft ingebracht. Gelet hierop bestaat geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris de uitkomst van de taalanalyse ten onrechte aan het besluit van 6 september 2007 ten grondslag heeft gelegd, en zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling de over haar herkomst gerezen twijfel niet heeft weggenomen. Derhalve bestaat evenmin grond voor het oordeel dat de staatssecretaris zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat haar asielrelaas in verband hiermee ongeloofwaardig is. De grieven slagen. Het hoger beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen