ABRvS 7 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM0709

Herhaalde aanvraag / niet in geschil dat vreemdeling in Nederland tot het christendom is bekeerd / geen origineel doopcertificaat overgelegd De rechtbank heeft onderkend dat zij ter bepaling van de omvang van de door haar te verrichten toetsing allereerst ambtshalve moet treden in de vraag of, voor zover thans van belang, aan de aanvraag nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag zijn gelegd. De rechtbank is op grond van de enkele omstandigheid dat niet in geschil is dat de vreemdeling in Nederland tot het christendom is bekeerd ervan uitgegaan dat inderdaad sprake is van zodanige bekering. Zij heeft niet onderzocht of de vreemdeling ter staving van de onderhavige, op 8 maart 2007 ingediende, aanvraag een origineel doopcertificaat heeft getoond of overgelegd, terwijl zich in het dossier slechts een kopie van een doopcertificaat van de Perzische kerk Kores te Harderwijk bevindt. Aldus is de rechtbank voorbijgegaan aan de vaste jurisprudentie van de Afdeling (uitspraak van 8 oktober 2007 in zaak nr. 200704465/1; www.raadvanstate.nl) dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in 2.1.3 indien de authenticiteit van de stukken waarmee de desbetreffende vreemdeling de door hem gestelde nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden wil aantonen, niet is vastgesteld. Als niet reeds in de bestuurlijke fase is komen vast te staan dat sprake is van authentieke stukken, is het aan de vreemdeling dit in beroep alsnog aan te tonen. Nu in het dossier vermeld is dat bij de aanvraag een doopcertificaat is overgelegd zonder aanduiding of dit een origineel document is, zich in het dossier slechts een kopie van het doopcertificaat bevindt en de rechtbank niet heeft vastgesteld dat de vreemdeling een origineel doopcertificaat aan zijn aanvraag ten grondslag heeft gelegd, staat vooralsnog niet vast dat de bekering van de vreemdeling in Nederland heeft plaatsgevonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen