ABRvS 26 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL9920

Guinee / artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn / motivering / artikel 3.105d van het Vb 2000 Gelet op artikel 3.105d van het Vb 2000 ligt in het besluit aldus tevens het standpunt van de staatssecretaris besloten dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat in Guinee ten tijde van de totstandkoming van het besluit sprake was van een uitzonderlijke situatie, als vorenbedoeld. Aangezien uit de door de vreemdeling in beroep aangehaalde stukken - een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen, van 29 juli 2008 in zaak nr. 08/24578, LJN: BD 9222, een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Assen, van 7 november 2008 in zaak nr. 08/37299, LJN: BG4621 en het negatief reisadvies van de minister van Buitenlandse Zaken van 28 maart 2008 - niet kan worden afgeleid dat de mate van het willekeurig geweld in het kader van het door hem gestelde gewapend conflict in Guinee dermate hoog was dat zwaarwegende gronden bestonden om aan te nemen dat een burger, louter door zijn aanwezigheid aldaar, ten tijde van de totstandkoming van voormeld besluit een reëel risico liep op de in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn bedoelde ernstige schade, bestaat, ook gelet op hetgeen de vreemdeling in dit verband bij zijn aanvraag en in de zienswijze naar voren heeft gebracht, geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris aldus is tekortgeschoten in de motivering van het besluit. De grief slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen