ABRvS 9 februari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL3878

Ranov / ononderbroken verblijf / beroep op artikel 4:84 van de Awb / vertrek vanwege ontbreken voorzieningen / geen bijzondere omstandigheid De staatssecretaris heeft in dit geval, overeenkomstig de restrictieve strekking en reikwijdte van de Regeling, in voormelde brief van 28 juli 2009 bevestigd dat uitgangspunt is dat iedere onderbreking van het verblijf in Nederland met zich brengt dat een vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op de voet van de Regeling. Voorts heeft de staatssecretaris zich in deze brief nader uitgelaten over de gevallen die volgens hem nopen tot het maken van een uitzondering op het uitgangspunt van ononderbroken verblijf. Daartoe heeft de staatssecretaris erop gewezen dat bij een verblijf langer dan twee weken buiten Nederland, ongeacht de intentie die ten grondslag heeft gelegen aan het vertrek van de desbetreffende vreemdeling uit Nederland, geen aanleiding bestaat om van de Regeling af te wijken, tenzij sprake is van bijzondere individuele omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb. In aanmerking genomen dat de omstandigheid dat de vreemdeling in Nederland geen aanspraak kan maken op verstrekkingen en voorzieningen een rechtsgevolg is van de afwijzing van de door de vreemdeling ingediende aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, moet ervan worden uitgegaan dat de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheid dat hij Nederland heeft verlaten met het oog op het verkrijgen van medische verzorging en dat niet zou hebben gedaan, indien hij hier te lande opvang en medische verzorging had gekregen, als zodanig niet kan worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid binnen de strekking en reikwijdte van het beleid, zoals neergelegd in de Regeling. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De grief slaagt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen