ABRvS 25 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL1497
Vreemdelingenbewaring / zicht op uitzetting / uitlezen mobiele telefoon De omstandigheid dat het uitlezen van de mobiele telefoon van de vreemdeling zonder wettelijke grondslag zou hebben plaatsgevonden, brengt op zichzelf niet met zich dat de maatregel van bewaring onrechtmatig moet worden geacht. De mobiele telefoon is na het opleggen van de bewaring uitgelezen om gegevens van de vreemdeling te verkrijgen in het kader van zijn uitzetting. Reeds omdat het traject ter verkrijging van een laissez passer bij de Palestijnse Autoriteit is ingezet naar aanleiding van het met de vreemdeling op 15 december 2009 gehouden vertrekgesprek bestaat geen grond voor het oordeel dat het zicht op uitzetting afhankelijk was van de informatie, verkregen door het uitlezen van de mobiele telefoon, en zonder die informatie ontbrak. Deze handeling heeft daarom geen directe betekenis gehad voor het opleggen en voortduren van de maatregel. De rechtbank is dan ook ten onrechte tot het oordeel gekomen dat voortzetting van de maatregel van bewaring met ingang van 21 december 2009 onrechtmatig is.
De uitspraak op rechtspraak.nl