ABRvS 25 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL1452
Richtlijn 2004/38/EG / beoordeling of een vreemdeling ten laste komt van de referent Gelet op voormeld arrest van het Hof heeft de rechtbank terecht overwogen dat ter beantwoording van de vraag of de vreemdeling sub 1 ten laste komt van de referent moet worden beoordeeld of zij ten tijde van het verzoek om afgifte van een verblijfsdocument de materiële ondersteuning van de referent nodig had teneinde in haar land van herkomst, Turkije, in haar basisbehoeften te kunnen voorzien. Dat het vorenstaande tot gevolg heeft dat door de staatssecretaris, nu de vreemdeling reeds langere tijd in Nederland verblijft, een fictieve situatie beoordeeld dient te worden, leidt niet tot een ander oordeel. Dit laat onverlet dat, zoals uit voormelde uitspraak van het Hof, alsmede uit artikel 8.13, derde lid, aanhef en onder d, van het Vb 2000 volgt, het aan de vreemdeling is het bestaan van een situatie van reële afhankelijkheid te bewijzen. De grief faalt in zoverre.
De uitspraak op rechtspraak.nl