ABRvS 22 december 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK8648
Weigering toegang tot Schengengebied / laissez passer is reisdocument als bedoeld in de Schengengrenscode / eerst in beroep naar voren gebrachte bewijsmiddelen / ex tunc toets De Zwitserse autoriteiten hebben de vreemdeling een laissez passer verstrekt om naar Nederland te reizen. Daarmee beschikte de vreemdeling over een document dat in de Overeenkomst Benelux-Zwitserland is aangemerkt als een paspoortvervangend reisdocument. De Schengengrenscode bevat geen omschrijving van de term 'reisdocument', en geeft evenmin een opsomming van documenten die als zodanig kunnen dienen. Ook anderszins valt uit de Schengengrenscode niet af te leiden dat het aan de vreemdeling verstrekte laissez passer niet valt aan te merken als reisdocument als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Schengengrenscode. De rechtbank heeft derhalve niet onderkend dat de vreemdeling ten onrechte is tegengeworpen dat hij niet over een dergelijk document beschikte. De vreemdeling heeft eerst in administratief beroep naar voren gebracht dat zijn moeder garant voor hem zou staan. Gelet op het voorgaande kan deze omstandigheid niet worden betrokken bij de vraag of de vreemdeling op 10 oktober 2008 mocht worden tegengeworpen dat hij niet voldeed aan de voorwaarde die is opgenomen in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Schengengrenscode. De vreemdeling is dus op grond van het bepaalde in 13, eerste lid, van de Schengengrenscode de toegang terecht geweigerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl