ABRvS 26 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK2265
Vreemdelingenbewaring / voortvarendheid / Dublin-claimant / claimakkoord voorhanden / inbewaringstelling van te voren gepland Niet in geschil is dat ten tijde van het opleggen van de maatregel van bewaring ingevolge de Verordening een claimakkoord voorhanden was en de vreemdeling daadwerkelijk uitgezet kon worden. In het hoger-beroepschrift heeft de staatssecretaris een overzicht gegeven van de handelingen die in het algemeen worden verricht in de periode tussen de inbewaringstelling van een Dublin-claimant en de feitelijke overdracht van de desbetreffende vreemdeling aan een Dublin-lidstaat. Bij de toepassing van het voor de effectuering van overdrachten gehanteerde protocol heeft de staatssecretaris evenwel in dit geval geen rekening gehouden met de omstandigheid dat de inbewaringstelling van de vreemdeling van te voren was gepland. Noch in het hoger-beroepschrift, noch ter zitting heeft de staatssecretaris duidelijk gemaakt waarom dat in dit geval geen bijzondere omstandigheid vormt die de mogelijkheid geeft om in afwijking van het protocol bepaalde handelingen sneller te verrichten of achterwege te laten en waarom eerst op de zevende dag van de inbewaringstelling een vertrekgesprek is gehouden. De grief faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl