ABRvS 15 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK1638
Vreemdelingenbewaring / bevoegdheid tot uitzetting / vertrektermijn Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 17 december 2004 in zaak nr. 200409206/1; JV 2005/68) strekt inbewaringstelling ter fine van uitzetting. Dat betekent dat de bevoegdheid van de staatssecretaris om de vreemdeling in bewaring te stellen afhankelijk is van diens bevoegdheid om de vreemdeling uit te zetten. Nu in dit geval niet is gebleken dat de staatssecretaris met toepassing van artikel 62, vierde lid, van de Vw 2000 de termijn van vier weken heeft verkort, vloeit uit artikel 45, eerste lid, aanhef en onder b, gelezen in samenhang met artikel 62, eerste lid, en artikel 63, eerste lid, van de Vw 2000 voort dat de staatssecretaris eerst na ommekomst van deze termijn bevoegd was om de vreemdeling uit te zetten, zodat de vreemdeling niet op 25 augustus 2009 in bewaring mocht worden gesteld. De grief slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl