ABRvS 6 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ2170
Authentieke Iraakse paspoort overgelegd / twijfel omtrent wijze afgifte en brondocumenten paspoort / geen mogelijkheid paspoort buiten beschouwing te laten zonder nader onderzoek De vreemdeling heeft in de bestuurlijke fase consistente verklaringen afgelegd over zijn identiteit, nationaliteit en afkomst uit Kirkuk. Nadat de overgelegde nationaliteits- en identiteitsdocumenten door de Kmar vals waren bevonden, heeft de vreemdeling ter staving van zijn stelling dat hij afkomstig is uit Centraal-Irak, een Iraaks paspoort overgelegd waarvan de echtheid door het onder de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris werkende Bureau documenten is vastgesteld. Daarmee heeft de vreemdeling voldaan aan de op hem uit artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 voortvloeiende rechtsplicht zijn gestelde afkomst uit Kirkuk in Centraal-Irak aannemelijk te maken. Het staat de staatssecretaris niet vrij aan dit paspoort geen waarde te hechten louter op basis van bij hem gerezen twijfel. Wil de staatssecretaris, op grond van de twijfel, ingegeven door de wijze waarop dit paspoort is afgegeven en de onduidelijkheid over de brondocumenten op basis waarvan het is afgegeven, het paspoort niettemin buiten beschouwing laten, dan had het op zijn weg gelegen daarnaar onderzoek te laten verrichten bij de Iraakse autoriteiten. Nu hij dit heeft nagelaten, is het besluit van 25 juni 2008 genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De grieven een tot en met vier slagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl