ABRvS 24 juni 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1546
Ongewenstverklaring / bewijslastverdeling met betrekking tot vertrekplicht Door te overwegen dat de staatssecretaris niet kan worden gevolgd in zijn standpunt dat de vreemdeling aannemelijk dient te maken dat hij geen toegang kan verkrijgen tot enig ander land dan Iran, heeft de rechtbank niet onderkend dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het aan de vreemdeling is om zijn stelling, dat hij die toegang niet kan verkrijgen en daarom niet aan zijn vertrekplicht kan voldoen, te staven. De vreemdeling heeft deze stelling immers ten grondslag gelegd aan zijn betoog dat de ongewenstverklaring disproportioneel is en het is voor hem niet onmogelijk om terzake bewijs te leveren. In voormelde uitspraak van de Afdeling van 25 februari 2005 heeft de rechtbank ten onrechte aanleiding gezien voor een andersluidend oordeel, reeds omdat uit die uitspraak niet blijkt dat daarin van een andere bewijslastverdeling is uitgegaan. In het systeem van de Vw 2000 heeft de rechtbank evenzeer ten onrechte grond gevonden voor een andersluidend oordeel, aangezien de in dat verband door de rechtbank aangehaalde artikelen van de Vw 2000 zien op de asielprocedure en derhalve geen betrekking hebben op een procedure over een ongewenstverklaring, als hier aan de orde. Voorts heeft de rechtbank, door te overwegen dat de vreemdeling vanwege de terbeschikkingstelling niet aan zijn vertrekplicht kan voldoen, niet onderkend dat deze er voor hem niet aan in de weg hoefde te staan om, eventueel met behulp van derden, toegangsmogelijkheden tot enig ander land dan Iran te onderzoeken en zich in te spannen om zijn vertrek uit Nederland te bewerkstelligen. De rechtbank is voorts ten onrechte eraan voorbijgegaan dat, zoals de staatssecretaris in voormeld besluit heeft uiteengezet, de vreemdeling, reeds omdat hij daartoe geen enkele activiteit heeft ondernomen, zich in dit geval onvoldoende heeft ingespannen om aan zijn vertrekplicht te voldoen, zodat hij niet voldoet aan de hiervoor onder 2.3.1. weergegeven criteria. De grieven slagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl