ABRvS 25 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI5892
Medische noodsituatie / 3 EVRM / uitzondering op waterscheiding asiel-regulier De uitzonderlijke, met de medische toestand van de desbetreffende vreemdeling verband houdende omstandigheden die er volgens de hiervoor onder 2.1.2. vermelde jurisprudentie van het EHRM toe kunnen leiden dat uitzetting van die vreemdeling met artikel 3 van het EVRM in strijd is zijn door hun aard nauw verbonden met hetgeen in paragraaf B8/3.1 van de Vc 2000 onder medische noodsituatie wordt verstaan. Degene die verkeert in een situatie als bedoeld in genoemde jurisprudentie van het EHRM zal ook komen te verkeren in een medische noodsituatie als bedoeld in paragraaf B8/3.1 van de Vc 2000. Gezien deze materiële overeenkomst staat de in het algemeen geldende scheiding tussen enerzijds gronden die aanspraak geven op verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en anderzijds gronden die aanspraak geven op een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd er niet aan in de weg om uitzonderlijke omstandigheden die de desbetreffende vreemdeling onder verwijzing naar de jurisprudentie van het EHRM heeft gesteld te betrekken bij de beoordeling of aanspraak bestaat op verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege medische noodsituatie. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat in dergelijke gevallen sprake is van een zodanige samenhang dat niet op voorhand duidelijk is waar in het concrete geval de scheidslijn ligt tussen de uitzonderlijke omstandigheden bedoeld in de jurisprudentie van het EHRM en de medische omstandigheden die aanleiding geven tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege medische noodsituatie. De aan artikel 3 van het EVRM te ontlenen bescherming is aldus een factor die kan leiden tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanwege medische noodsituatie, zodat ook op deze wijze aan die bescherming gestalte wordt gegeven. In de gegeven situatie bestaat dus geen grond voor het oordeel dat vorenbedoelde bescherming uitsluitend kan worden ingeroepen door middel van een - later - daartoe in te dienen afzonderlijke aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
De uitspraak op rechtspraak.nl