ABRvS 17 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI2333
Mvv-procedure / legesvereiste / Regeling op de consulaire tarieven / 8 EVRM / zorgvuldigheid / motivering De vreemdelingen hebben voorts in beroep aangevoerd dat de minister in de besluiten van 27 februari 2008 niet adequaat heeft gereageerd op het beroep op artikel 8 van het EVRM. In bezwaar hebben de vreemdelingen in het kader van de tegenwerping van het legesvereiste een beroep gedaan op artikel 8 van het EVRM. Ingevolge artikel 3b, aanhef en onder a, van de Regeling is een, ter beoordeling van de staatssecretaris, gerechtvaardigd beroep op artikel 8 van het EVRM een grond voor vrijstelling van de verplichting tot betaling van leges. De minister heeft zich daarom ten onrechte op het standpunt gesteld dat de beoordeling van het beroep op artikel 8 van het EVRM niet aan de orde is omdat de aanvragen terecht niet in behandeling zijn genomen. Ten onrechte heeft hij nagelaten het beroep van de vreemdelingen op deze bepaling ter beoordeling aan de staatssecretaris voor te leggen. De besluiten van 27 februari 2008 zijn derhalve niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl