ABRvS 6 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI1582
BMA-advies / geen onderzoek in persoon / effectiviteit medische zorg / feitelijke toegankelijkheid Met zijn klacht dat hij in persoon had dienen te worden onderzocht, gaat de vreemdeling eraan voorbij dat het aan de medisch adviseur is om te beoordelen of hij zonder de vreemdeling in persoon te onderzoeken over voldoende medische gegevens beschikt om een deugdelijk advies te kunnen uitbrengen. Nu deze beoordeling louter van medische aard is en de vreemdeling zijn stelling dat hij in persoon had dienen te worden onderzocht niet door middel van een medische verklaring of anderszins heeft gestaafd, kan niet door de vreemdelingenrechter worden beoordeeld of deze beoordeling juist is geweest. De niet gestaafde stelling van de vreemdeling dat hij van mantelzorg afhankelijk is, is daarom onvoldoende om aan de juistheid en volledigheid van het BMA-advies te kunnen afdoen. [...] Daargelaten dat de vreemdeling niet heeft gestaafd dat de in het BMA-advies genoemde privékliniek slechts toegankelijk is voor medewerkers van het bedrijf 'Indina' en hij een behandeling in die kliniek niet kan bekostigen, zijn dit omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg in Angola betreffen en die, gelet op paragraaf B8/4.4 van de Vc 2000, niet bij de beoordeling kunnen worden betrokken. Uit de voormelde uitspraak van het CTG kan niet worden afgeleid dat de effectiviteit van de in het algemeen verkrijgbare behandeling of te leveren zorg in het land van herkomst dan wel verwijdering, ook de feitelijke toegankelijkheid van die behandeling of zorg omvat. Nu de vreemdeling aan zijn betoog dat het BMA-advies blijk geeft van een te enge opvatting over de omvang van de aan hem te verlenen zorg, slechts omstandigheden ten grondslag heeft gelegd die zien op de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg in Angola, kan dit betoog derhalve evenmin slagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl