ABRvS 1 april 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI0066
Herhaalde aanvraag / tegenwerpen mvv-vereiste onderhavige aanvraag / besluit van gelijke strekking De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat de minister op de onderhavige aanvraag de bepalingen van toepassing heeft geacht die betrekking hebben op een eerste aanvraag om toelating en de vreemdeling, anders dan bij besluit van 2 oktober 2003, het vereiste te beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf heeft tegengeworpen. Derhalve is geen sprake van een materieel vergelijkbaar besluit. Artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht staat niet in de weg aan een rechterlijke beoordeling van het thans bestreden besluit, aldus de rechtbank. Nu zowel het besluit van 7 november 2006 als het besluit van 2 oktober 2003 strekken tot de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking "gezinsvorming" met als doel verblijf bij [echtgenoot], is het besluit van 7 november 2006 anders dan de rechtbank heeft overwogen een besluit van gelijke strekking.
De uitspraak op rechtspraak.nl