ABRvS 9 maart 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH6972
Vreemdelingenbewaring / wijziging categorie / intrekking of wijziging bestreden besluit / nieuw besluit De rechtbank heeft terecht overwogen dat de op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 opgelegde maatregel van bewaring niet kan worden aangemerkt als een voortzetting van de eerder op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vw 2000 opgelegde maatregel. Voor de inbewaringstelling op de voet van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 was een nieuwe maatregel tot inbewaringstelling noodzakelijk. Dat neemt evenwel niet weg dat laatstgenoemde maatregel ertoe strekt de bewaring van de vreemdeling, zij het op een andere grondslag, te laten voortduren. De rechtbank heeft door te overwegen dat hier geen sprake is van intrekking of wijziging van het bestreden besluit niet onderkend dat tussen de opheffing van de eerdere maatregel en de daarop aansluitende hernieuwde inbewaringstelling een zodanige samenhang bestaat dat dit laatste besluit is aan te merken als een nieuw besluit dat in de plaats treedt van de voorgaande inbewaringstelling. De opheffing van laatstgenoemde maatregel per 27 oktober 2008 komt er op neer dat deze met ingang van die datum is ingetrokken. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte nagelaten het besluit van 27 oktober 2008 met toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb te betrekken bij de beoordeling van het bij haar aanhangige beroep. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat, gelet op de feitelijke voortduring van de bewaring, het zich niet met de vereiste bescherming van de vreemdeling zou verdragen om hem niet tegelijkertijd te horen omtrent de op 27 oktober 2008 opgelegde maatregel.
De uitspraak op rechtspraak.nl