ABRvS 22 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH4185
Aanvraag ‘medisch’ / veilige behandelingsomgeving noodzakelijk volgens behandelend psychiater / BMA-advies weerspreekt oordeel van behandelaars niet / BMA-advies onvolledig In grief 3 klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het BMA-advies van 6 februari 2007 onvolledig is nu daarin niet is ingegaan op de stelling van de behandelend psychiater dat een vertrouwde en veilige omgeving noodzakelijk is voor de behandeling van de klachten van de vreemdeling. De staatssecretaris voert daartoe aan dat voor de beantwoording van de vraag of vrijstelling van het mvv-vereiste moet worden verleend vanwege de mogelijkheid van het op korte termijn ontstaan van een medische noodsituatie, van belang is of de medische behandeling in het land van herkomst beschikbaar is en dat niet behoeft te worden onderzocht of de behandeling binnen eenzelfde periode resultaten zal opleveren die vergelijkbaar zijn met die van een behandeling hier te lande. In het BMA-advies van 6 februari 2007 wordt vermeld dat de behandelaars verwachten dat langdurige behandeling in een vertrouwde omgeving noodzakelijk is. Daarbij zijn het zich veilig voelen en vertrouwen hebben noodzakelijke voorwaarden voor daadwerkelijke traumaverwerking. Wanneer betrokkene langdurig met stressoren in aanraking blijft komen verwacht de behandelaar verergering van de klachten met gevaar voor suïcide. De medisch adviseur antwoordt op de vraag of de klachten van de vreemdeling worden behandeld in het land van herkomst of het land waarnaar verwijdering zal plaatsvinden, onder meer dat zij wat betreft de situatie in Armenië geen uitspraak kan doen over de aanwezigheid van de volgens de behandelend psychiater noodzakelijke vertrouwde en veilige omgeving. Wat betreft behandeling van de klachten in Georgië is de medisch adviseur in het geheel niet op dit aspect ingegaan. Op de vraag of gelet op de huidige medische inzichten het uitblijven van de behandeling zal leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn, antwoordt de medisch adviseur dat zij dit mogelijk acht, gezien het feit dat bij betrokkene terugkerend ernstig suïcidegevaar is vastgesteld, zeker bij spanning, en dat betrokkene een combinatie van antidepressieve en antipsychotische medicatie gebruikt. Nu het BMA-advies het oordeel van de behandelaars, dat het zich veilig voelen en vertrouwen hebben noodzakelijke voorwaarden zijn voor daadwerkelijke traumaverwerking, vermeldt zonder dit te weerspreken, moet het ervoor worden gehouden dat dit oordeel door de medisch adviseur wordt gedeeld. De medisch adviseur had daarom, gelet op hetgeen in 2.2.1 is overwogen, dienen te bezien of bij behandeling in Armenië of Georgië aan deze voorwaarden wordt voldaan. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat het besluit van 7 november 2007 in zoverre is genomen op basis van een onvolledig advies.
De uitspraak op rechtspraak.nl