ABRvS 28 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH2036

Buitenbehandelingstelling / artikel 24, tweede lid, van de Vw 2000 / artikel 4:5 van de Awb / alsnog betalen leges in bezwaarfase Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 21 oktober 2004 wijkt artikel 24, tweede lid, van de Vw 2000 in zoverre af van artikel 4:5 van de Awb dat, indien betaling van de voor afdoening van de aanvraag verschuldigde leges achterwege blijft, de staatssecretaris niet slechts de bevoegdheid toekomt die aanvraag niet te behandelen, doch dat hij daartoe ook gehouden is. Ingevolge beide wettelijke bepalingen, in onderlinge samenhang gelezen, geldt dat de staatssecretaris, indien de vreemdeling na aanmaning onder termijnstelling in gebreke blijft de leges te betalen, gehouden is binnen vier weken na afloop van de gestelde termijn te besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten. Het in bezwaar tegen zodanig besluit alsnog betalen van de leges kan aan dat besluit niet afdoen. Zoals de Afdeling evenzeer eerder heeft overwogen in de uitspraak van 21 augustus 2006 staat, indien de staatssecretaris een aanvraag niet binnen de daartoe bij artikel 4:5, vierde lid, van de Awb gestelde termijn van vier weken buiten behandeling stelt, artikel 24, tweede lid, van de Vw 2000 niet aan de behandeling daarvan in de weg, mits de vreemdeling de verschuldigde leges alsnog in de bezwaarfase betaalt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen