ABRvS 10 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG7512
Vreemdelingenbewaring / voortvarendheid / overdracht dossier op 10e dag na inbewaringstelling Ter zitting van de rechtbank heeft de staatssecretaris geen verklaring gegeven waarom de overdracht van het dossier van de vreemdeling aan de DT&V eerst op 2 oktober 2008 heeft plaatsgevonden, terwijl de vreemdeling reeds op 26 september 2008 is overgeplaatst naar een detentieboot. Nu van bijzondere, niet aan de staatssecretaris toe te rekenen omstandigheden die dit tijdsverloop hebben veroorzaakt noch van niet-medewerking aan de uitzetting door de vreemdeling is gebleken, is sprake geweest van verwijtbaar stilzitten aan de zijde van de staatssecretaris als gevolg waarvan daadwerkelijke handelingen ter voorbereiding van de uitzetting, zoals het voeren van het vertrekgesprek, ernstig zijn vertraagd. Dat de staatssecretaris na overdracht van het dossier voortvarendheid heeft betracht, doet niet af aan het reeds daarvoor geconstateerde gebrek daaraan. Onder deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat de staatssecretaris de duur van de vrijheidsontneming niet zo beperkt mogelijk heeft gehouden en de opgelegde maatregel als gevolg daarvan van meet af aan in redelijkheid niet gerechtvaardigd was. De grief slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl