ABRvS 26 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG6957
Vreemdelingenbewaring / staandehouding Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 29 juni 2001 in zaak nr. 200102145/1, AB 2001, 268) vormt de staandehouding in de gevallen, waarin daarop zonder feitelijke onderbreking ophouding en/of bewaring volgt, het begin van een reeks beslissingen, erop gericht de vreemdeling, ten aanzien van wie gebleken is dat hij illegaal hier te lande verblijft, onder de macht van de tot uitzetting bevoegde autoriteiten te brengen en te houden. Daarbij wordt een opvolgende beslissing steeds mede gebaseerd op de gegevens die zijn vergaard bij of op basis van een voorafgaande beslissing en is niet in de laatste plaats wat betreft het verhoor van de vreemdeling ook in procedureel opzicht niet steeds een scherpe scheidslijn te trekken tussen de toepassing van de artikelen 50 en 59 van de Vw 2000. Zoals de Afdeling evenzeer eerder heeft overwogen (uitspraak van 15 mei 2006 in zaak nr. 200602768/1, aangehecht ter voorlichting van partijen) mag de rechter bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring slechts een direct daaraan voorafgaande staandehouding op de voet van artikel 50 van de Vw 2000 betrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl