ABRvS 19 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG5762

Proces-uren / aanvang 48-uurstermijn / aanvraag niet op wettelijk voorgeschreven wijze ingediend Door aldus te overwegen, is de voorzieningenrechter eraan voorbijgegaan dat blijkens de uitspraak van de Afdeling van 25 februari 2002 in zaak nr. 200200319/1 (JV 2002/123) onder proces-uren in de zin van artikel 1.1, aanhef en onder f, van het Vb 2000 dient te worden verstaan, de uren die voor het onderzoek kunnen worden benut. Dat de vreemdeling feitelijk (nog) niet in de asielprocedure is opgenomen, betekent derhalve niet dat de aan die opname voorafgaande uren niet als proces-uren in de zin van artikel 1.1, aanhef en onder f, van het Vb 2000 kunnen worden aangemerkt. Dat volgens paragaaf C10/2.1 van de Vc 2000 de 48-uurstermijn slechts aanvangt, nadat de vreemdeling na een daartoe gemaakte afspraak feitelijk is opgenomen in het Aanmeldcentrum en aldaar een asielaanvraag heeft ingediend, kan aan het vorenoverwogene niet afdoen, nu voor het afsprakensysteem en de daaraan verbonden gevolgen voor de start van de 48-uurstermijn in de Vw 2000 noch het Vb 2000 een wettelijke grondslag voorhanden is. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 16 februari 2004 in zaak nr. 200308695/1, JV 2002/225) valt uit artikel 69, tweede lid, van de Vw 2000 af te leiden dat de 48-uurstermijn in ieder geval aanvangt op het moment, waarop de aanvraag wordt ingediend. Zoals de Afdeling evenzeer eerder heeft overwogen (uitspraak van 19 mei 2006 in zaak nr. 200601178/1, NAV 2006/26) is met een door de vreemdeling ondertekende en door de gemachtigde per faxbericht verzonden formulier M35-H, een aanvraag ingediend. Dat de aanvraag niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is ingediend, brengt niet mee dat het door de gemachtigde van de vreemdeling bij faxbericht ingediende formulier geen aanvraag is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen