ABRvS 18 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG5659
Vreemdelingenbewaring / uitblijven categoriewijziging / belangenafweging Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 31 juli 2002 in zaak nr. 200203208/1, JV 2002/316), maakt het uitblijven van een categoriewijziging de voortzetting van de bewaring onrechtmatig, indien de met de voortzetting van de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Van een dergelijke onevenwichtigheid is, anders dan de rechtbank heeft overwogen, in dit geval geen sprake. Ingevolge artikel 59, vierde lid, voor zover thans van belang, is de staatssecretaris gehouden om binnen vier weken op de door de vreemdeling op 26 september 2008 ingediende aanvraag te beslissen. Die termijn was op 8 oktober 2008, de dag waarop de rechtbank uitspraak heeft gedaan, nog niet verstreken. Voorts mocht de staatssecretaris ten tijde van de aangevallen uitspraak aan de aan de maatregel van bewaring ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden, die zich op dat moment nog immer voordeden, het vermoeden ontlenen dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken. De rechtbank is hieraan ten onrechte voorbijgegaan en heeft bij de door haar gemaakte belangenafweging ten onrechte doorslaggevend gewicht toegekend aan de omstandigheden dat ten tijde van de behandeling ter zitting een week was verstreken zonder dat een categoriewijziging had plaatsgevonden en dat de vreemdeling niet is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf en niet ongewenst is verklaard. De grief slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl