ABRvS 7 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG4449
Vreemdelingenbewaring / onvoldoende voortvarendheid / geen ruimte om de bewaring als rechtmatig aan te merken na belangenafweging / artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f, van het EVRM Uit deze arresten en uit het arrest van 22 mei 2008, nr. 75157/01, Sadaykov tegen Bulgarije (JV 2008/265), in onderlinge samenhang gelezen, volgt dat gelet op artikel 5, eerste lid, aanhef en onder f, van het EVRM bewaring krachtens artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) alleen dan gerechtvaardigd is, indien deze niet onredelijk lang voortduurt. Daartoe dient bij het geheel aan handelingen ter voorbereiding van de uitzetting voldoende voortvarendheid te worden betracht. Indien dat niet het geval is, is de bewaring niet langer toelaatbaar. Gelet hierop, en anders dan voorheen door de Afdeling in onder meer voormelde uitspraak van 16 mei 2008 is overwogen, bestaat, in geval vastgesteld wordt dat onvoldoende voortvarendheid is betracht met handelingen ter voorbereiding van de uitzetting, geen ruimte om de bewaring niettemin toch als rechtmatig aan te merken na een afweging van de met de bewaring gediende belangen tegen de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl