ABRvS 10 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG0597

Vreemdelingenbewaring/art. 21, aanhef en onder a Schengengrenscode/geen cumulatieve vereisten Ingevolge artikel 21, aanhef en onder a, van de Schengengrenscode doet de afschaffing van het grenstoezicht aan de binnengrenzen geen afbreuk aan de uitoefening van de politiebevoegdheid door de bevoegde instanties van de lidstaten overeenkomstig de nationale wetgeving, voor zover de uitoefening van die bevoegdheid niet hetzelfde effect heeft als grenscontroles; dit geldt ook in de grensgebieden. Voor de toepassing van de eerste zin kan met name niet worden gesteld dat de uitoefening van de politiebevoegdheid hetzelfde effect heeft als de uitoefening van grenscontroles wanneer de politiële maatregelen: I) niet grenstoezicht tot doel hebben; II) gebaseerd zijn op algemene politie-informatie en -ervaring met betrekking tot mogelijke bedreigingen van de openbare veiligheid en met name bedoeld zijn ter bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit; III) worden gepland en uitgevoerd op een manier die duidelijk verschilt van de systematische controles van personen aan de buitengrenzen; IV) op basis van controles ter plaatse worden uitgevoerd. Het gebruik van de woorden "kan met name" in voormelde bepaling geeft aan dat deze een niet-uitputtende beschrijving bevat van omstandigheden waaronder de uitoefening van een politiële bevoegdheid niet hetzelfde effect heeft als een grenscontrole. Gelet hierop bestaat geen grond voor het oordeel dat de onder I tot en met IV genoemde omstandigheden als cumulatieve vereisten moeten worden aangemerkt. De grief slaagt derhalve. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, overweegt de Afdeling ten aanzien van het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 15 juni 2008, voor zover daarop na het vorenstaande nog moet worden beslist, als volgt. Uit het proces verbaal blijkt niet dat iedere persoon afkomstig van de betrokken vlucht gevraagd is naar zijn reisdocument. Evenmin heeft de vreemdeling concrete omstandigheden aangevoerd waaruit anders blijkt. Uit het feitencomplex kan dus niet worden afgeleid dat in het onderhavige geval geen sprake is geweest van een steekproefsgewijze controle. Uit paragraaf A3/2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt verder dat een MTV-controle als thans aan de orde plaatsvindt in het kader van het toezicht gericht op het in een zo vroeg stadium tegengaan van illegaal verblijf. Het doel van een dergelijke controle verschilt derhalve van dat van een grenscontrole, die blijkens artikel 1, aanhef en onder 10, van de Schengengrenscode betrekking heeft op het al dan niet mogen binnenkomen of verlaten van het grondgebied van een lidstaat. Gelet op het vorenstaande bestaat geen grond voor het oordeel dat de controle op de luchthaven Schiphol in strijd met artikel 21, aanhef en onder a, van de Schengengrenscode hetzelfde effect heeft als een grenscontrole. De beroepsgrond faalt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen