ABRvS 7 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE8972

Dublin / terugname / verantwoordelijkheid van België op Duitsland overgegaan Het standpunt van de staatssecretaris dat om terugname kon worden verzocht omdat de vreemdeling in Nederland een asielverzoek heeft ingediend, doch hier te lande verblijft zonder toestemming van de Duitse autoriteiten gaat voorbij aan het onderscheid tussen artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c en e. Artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, van de Verordening ziet op de situatie dat in de verantwoordelijke lidstaat een asielverzoek in behandeling is. Daarvan was hier geen sprake. Dat betekent niet dat Nederland niet om terugname heeft kunnen verzoeken. Zoals overwogen in 2.3.1 is de verantwoordelijkheid van België op grond van artikel 20, tweede lid, van de Verordening op Duitsland overgegaan. Daarmee zijn de voor België, zijnde de lidstaat waar het eerste asielverzoek is behandeld en afgewezen, uit de Verordening voortvloeiende verplichtingen op Duitsland komen te rusten, waaronder de in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e, van de Verordening neergelegde verplichting tot terugname, zodat de staatssecretaris het tweede claimverzoek aan Duitsland van 7 augustus 2007, terecht op artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e, heeft gebaseerd. Dat de Duitse autoriteiten de claim nadien op grond van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, hebben aanvaard en in het bestreden besluit ook naar dat artikellid is verwezen, biedt geen grond voor het oordeel dat Duitsland niet terecht als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen