ABRvS 15 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE8962
Vreemdelingenbewaring / artikel 50, tweede lid van de Vw / niet gehoord tijdens de ophouding De in artikel 50, tweede lid, van de Vw 2000 geregelde ophouding strekt ertoe nader onderzoek te doen naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van de desbetreffende vreemdeling. De staatssecretaris heeft tijdens de ophouding van de vreemdeling zodanig onderzoek ook daadwerkelijk verricht door onderzoek aan de kleding van de vreemdeling, controle door de Koninklijke Marechaussee van de personalia van de vreemdeling in de desbetreffende systemen en het nemen van vingerafdrukken van de vreemdeling. Dat de vreemdeling tijdens zijn ophouding niet tevens (nader) is gehoord, betekent niet dat sprake is van een onrechtmatige ophouding. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan in dit geval het horen van de vreemdeling tijdens de ophouding van een zodanige betekenis was voor het in die periode te verrichten onderzoek dat dit redelijkerwijs niet achterwege had kunnen blijven, is niet gebleken. De grief slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl